eez-first-welke-versterker

Welke versterker kies ik voor mijn pH/ORP-sonde

Welke versterker kies ik voor mijn pH/ORP-sonde, welke data worden er opgeslagen en wat zijn de mogelijkheden naar kalibratie en diagnose toe?

2751 versterker biedt uitgebreide mogelijkheden om kalibratie en diagnose op een pH/ORP sonde te vergemakkelijken. Er zijn verschillende types binnen het 2751 versterker gamma.

De Verschillende Types

Type Code Beschrijving
3-2751-2 159 001 805 Installatie in de leiding met easycal knoppen
3-2751-3 159 001 806 Ondergedompeld in een tank met 4,6m kabel en leidingaansluiting 3/4" NPT
3-2751-4 159 001 807 Ondergedompeld in een tank met 4,6 m kabel en leidingaasluiting 3/4" ISO
3-2751-1 159 001 804 Installatie in de leiding met 9900/9950 transmitter

Zoals u in bovenstaande tabel kan zien is type 3-2751-2 geschikt voor installatie in de leiding en heeft deze easycal knoppen voor het kalibreren van de sonde op de kop van de versterker. Dit type is geschikt voor rechtstreeks uitgaand signaal (4-20 mA) naar een controller (PLC,DCS,SCADA) en wordt gekozen indien er geen transmitter wordt gebruikt.

Type 3-2751-3 of type 3-2751-4 wordt gekozen voor toepassingen waar de pH/ORP-sonde wordt ondergedompeld in een tank. Bovenaan de versterker zit een geschroefde aansluiting voor aansluiting van een begeleidingsbuis op maat van de hoogte van de tank en met de gewenste aansluiting op het dak van de tank. Deze versterker wordt altijd gekozen in combinatie met de 9900 of 9950 transmitter.

Type 3-2751-1 is het type  dat gebruikt wordt voor installatie in een leiding in combinatie met de met de 9900 of 9950 transmitter.

Opgeslagen data

In elk type pH/ORP sonde van GF zit een geheugenchip waarin alle relevante gegevens worden opgeslagen en kunnen uitgelezen worden via de versterker in combinatie met de 9900 of 9950 transmitter voor versie 3-2751-3/4 of 3-2751-1 of via een PC en de 0252 configuratietool voor de 3-2751-2.

De data die bewaard worden zijn de volgende:

  • Productiegegevens zoals het onderdeelnummer en serienummer van de sonde alsook de glasimpedantie voor indienstname
  • Historische gegevens zoals de min en max. gemeten pH-waardes, de min. en max. gemeten temperatuur en het aantal uur dat de sonde in dienst staat
  • Gegevens over kalibratie zoals pH afwijking, temperatuur afwijking en pH hellingsefficiëntie

Kalibratie

Elke pH/ORP-sonde moet na een tijd gekalibreerd wordt omdat de meting na een tijd gaat afwijken door contaminatie van de elektrolytoplossing, de referentie-elektrode of de meetelektrode. De tijdspanne hangt af van de toepassing waarin deze gezet wordt maar 1 maal per maand wordt minstens aangeraden. Elke sonde van GF wordt af-fabriek gekalibreerd geleverd dus hoeft bij vervanging niet meer te worden gekalibreerd.

Na het schoonmaken van de sonde en voor kalibratie is het altijd aangeraden om de sensor tip minstens 45 minuten te laten conditioneren in een 3 mol/l KCL-oplossing. Uitleg over de schoonmaak en manuele kalibratieprocedures vindt u terug in de handleiding van de ph-sonde.

Er zijn 3 mogelijkheden om de ph-sonde te kalibreren:

Via de easycal knoppen van de 3-2751-2 versterker kan de sonde gekalibreerd worden zonder de nood aan een transmitter. Verdere uitleg over deze kalibratieprocedure vindt u terug via de handleiding in deze link: https://gf.showpad.com/share/kalibratieprocedure

Via de 9900 transmitter of 9950 transmitter die verbonden is aan de 3-2751-1 of 3-2751-3/4 versterker.

Via remote kalibratie met de 9900 pH/ORP kalibrator. De oude sonde wordt vervangen door een nieuwe voorgekalibreerde sonde. De oude sonde kan dan gekalibreerd worden via de mobiele pH/ORP kalibrator. Op deze manier wordt de stilstandtijd van de installatie tot een minimum beperkt en kan de oude sonde geherkalibreerd en bewaard worden voor de volgende uitwisseling. In deze link vindt u een video terug met de instructies voor remote kalibratie: https://gf.showpad.com/share/remotekalibratie

Diagnose

Na kalibratie
Een nieuwe pH-sonde heeft een maximale afwijking (pH offset) van + of -15 mV bij pH 7 en zal een pH hellingsefficiëntie (pH slope) hebben tussen 93.2 en 103%. Bij een gebruikte pH-sonde zal deze na kalibratie een maximale afwijking van + of – 45mV mogen hebben bij pH 7 en een hellingsefficiëntie tussen 85 en 105%. Indien 1 van deze waardes buiten het bereik ligt na kalibratie moet de sonde vervangen worden.

ph-offset

Glasimpedantie
Een vaak voorkomend probleem bij pH/ORP-sondes is het breken of beladen raken van het glazen membraan ter hoogte van de meetelektrode. Het is mogelijk om via de 9900 of 9950 transmitter de toestand van het glazen membraan op de meetelektrode van de sonde te gaan monitoren zonder dat de pH/ORP-sonde uit dienst hoeft. Dit kan automatisch ingesteld per tijdsinterval tussen 0 en 1440 minuten (1x per dag) of manueel uitgevoerd worden.

Wanneer de glasimpedantie onder 3Mohm ligt, zal er een alarm naar de transmitter worden gestuurd en geeft de transmitter weer dat het glazen membraan gebarsten is. De pH/ORP sonde zal dan zo snel mogelijk moeten vervangen worden.

broken glass

Via de transmitter kan ook een waarschuwing ingesteld wanneer het glazen membraan vervuild raakt, het glas uitgedroogd is of op het einde van zijn levensduur is door chemische aantasting. Dan gaat er een verhoogde glasimpedantie zijn t.o.v. de fabriekswaarde. Het is aan te raden om deze hoge impedantie waarschuwing in te stellen op 2x de fabriekwaarde.

Wanneer deze waarschuwing wordt weergegeven moet de ph-sonde uit dienst worden genomen, schoongemaakt worden en opnieuw gekalibreerd worden en na deze procedures moet er nagekeken worden of de glasimpedantie gedaald is naar normale waardes. Indien dit het geval is, kan de sonde opnieuw in dienst worden genomen en anders moet deze vervangen worden.

hi impedance

Referentie-impedantie
Nog een vaak voorkomend probleem is de referentie-elektrode die na een tijd aangetast kan worden door bepaalde chemicaliën in de toepassing. Bij de nieuwe 274x sonde is het mogelijk om de toestand van de referentie-elektrode te gaan monitoren dankzij de aarding van deze sonde. Voor onze andere sondes is dit niet mogelijk vanwege het ontbreken van een aarding.

Wanneer de glasimpedantie onder 1 Mohm ligt, geeft dit aan dat het referentieglas gebroken is.

Wanneer de glasimpedantie boven 200Mohm ligt, geeft dit aan dat de glazen behuizing van de referentie-elektrode vervuild is door chemische aantasting of het glas uitgedroogd is.

In het eerste geval moet de sonde vervangen worden en in het tweede geval kan de zoutbrug en de elektolyt-oplossing vervangen worden waarna de sonde moet gekalibreerd worden. Indien de referentie-impedantie terug onder 200 Mohm daalt na kalibratie, kan de sonde terug in dienst genomen worden.

KOHM